RIO+20: "business as usual" geen optie

Binnenkort begint in Rio de Janeiro de 3e VN-conferentie over duurzame ontwikkeling, kortweg RIO+20. In de afgelopen maanden zijn de verwachtingen en ambities almaar gegroeid. Grote evenementen en fora, zoals het Wereld Water Forum, positioneerden zichzelf als voorbereidend evenement voor Rio+20. Een belangrijke top dus, ook voor water. Maar welke rol speelt Nederland? Wat betekent RIO+20 voor de Nederlandse watersector? Na het inspirerende voorbereidende evenement in Nederland, ‘Rio aan de Maas’, heb ik me erin verdiept en kwam tot de volgende conclusies.

Top over de groene economie
De "groene economie". Dat is het hoofdthema van RIO+20. Een economie die zorgt voor welzijn, sociale gelijkheid en bescherming van het milieu. Ofwel, het streven naar de balans tussen de 3 P's: People, Planet en Profit of Prosperity. Daarnaast wordt er gewerkt aan de zeggenschap en slagkracht van de bestaande VN-instituties die zich met duurzaamheid bezighouden. Dat zijn nu het UN Environment Programme (UNEP) en de VN Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (CSD).
 
Al maanden wordt er door alle betrokken landen onderhandeld over de slotverklaring. En daar is ook nu, twee weken voor het begin van de conferentie, nog lang geen overeenstemming over. Tijdens de conferentie zullen staatshoofden en ministers de laatste slag moeten maken. Overigens doen niet alleen overheden mee aan RIO+20. Duurzaamheid is immers geen issue dat door de overheid alleen kan worden gerealiseerd. Ook andere stakeholders, waaronder de private sector en allerlei organisaties uit het maatschappelijk middenveld, doen mee in Rio om invloed te hebben op de onderhandelingen.
 
Inzet Nederlandse regering op RIO+20
Onlangs liet Staatssecretaris Knapen in een speech weten dat hij met "nuchter optimisme" samen met Staatssecretaris Atsma naar Rio zal afreizen. Hij ziet dat er met de nodige argwaan naar de Nederlandse inspanning op de conferentie zal worden gekeken. En toch, geeft hij aan, is dit "wel de manier waarop de wereldgemeenschap een agenda formuleert, prioriteiten aanbrengt, politieke druk creëert en uiteindelijk stappen zet in een nieuwe richting."
Knapen wil een concrete agenda voor verduurzaming van de economie, met het bedrijfsleven als partner. Hij wil aansluiten bij de post-2015 Millennium Development Goals, geen extra geld inzetten, en zoeken naar nieuwe, innovatieve financiering. Daarnaast zet hij zich in om de CSD te hervormen en versterken, en een hoge VN-vertegenwoordiger aan te stellen voor duurzame ontwikkeling.
 
RIO+20 en water
Op de website van CSD is de "zero draft" van de onderhandelingstekst te vinden. In het document van 128 pagina's staan drie alinea's die over water gaan. Samengevat: het recht op veilig drinkwater en sanitatie, het belang van het zuiveren van afvalwater en efficiënt watergebruik, en het uitvoeren en maken van plannen voor het beheer van water resources. Het lijkt grotendeels te gaan om het bevestigen van bestaand internationaal waterbeleid. Een meer ambitieuze tekst lijkt lastig omdat de betrokken landen of groepen van landen (EU of G77 bijvoorbeeld) een strijd voeren over de inhoud en formulering van elke zin.
 
Tegelijkertijd begin ik me te realiseren dat het wellicht wat "aqua-centrisch" gedacht is om in de onderhandelingstekst meteen te zoeken naar de waterparagraaf. Je kunt je namelijk afvragen of het beheer van water resources niet voor een groot deel beïnvloed wordt door handelsbeleid, landbouwbeleid, of geopolitiek. Als het ene land namelijk besluit om in een ander land en ander stroomgebied landbouwgrond te kopen dan kun je in dat laatste land blijven werken aan efficiënt watergebruik (niet onbelangrijk!) maar worden de resources alleen maar meer aangesproken.
 
Betekenis van RIO+20 voor de Nederlandse watersector
Nadat ik bovenstaande titel getypt had, bedacht ik me dat ik het wellicht beter kan omdraaien. Laten we onszelf niet afhankelijk maken van de onderhandelingsresultaten van RIO+20: wat kan de Nederlandse watersector betekenen voor duurzaamheid? Bij multinationals is er een trend dat duurzaamheid niet meer alleen wordt ingezet voor het risicobeheer, bijvoorbeeld het voorkomen van milieuschade, maar als marktkans. En eigenlijk zouden we daar nog een stapje verder moeten gaan. De meeste bedrijven werken immers maar in een deel van de keten, en bepalen hun winst en verliesrekening over dat deel van de keten. Het is de vraag hoe de impact die het bedrijf heeft buiten het eigen deel van de keten kan worden meegerekend.
 
Ook kleinere bedrijven zetten meer en meer in op duurzaamheid. Soms omdat het moet vanwege nieuwe wetgeving (kan Rio daar indirect invloed op hebben?). Soms omdat ze niches zien ontstaan voor nieuwe producten of nieuwe toepassingsgebieden van bestaande producten. En tenslotte zie je ook overheden zoals bijvoorbeeld waterschappen het goede voorbeeld geven: energie uit afvalwater is daarvan een mooi voorbeeld.
 
Deze ontwikkelingen bij multinationals, bedrijven en overheden bieden een mooie kans aan Nederlandse bedrijven uit de watersector. Zij zullen met producten en diensten moeten komen die voldoen aan de nieuwe eisen, of beter nog op de eisen van de toekomst vooruitlopen. De vraag naar duurzame oplossingen zal wereldwijd groeien. Ik ben ervan overtuigd dat de Nederlandse watersector daarmee zijn internationale concurrentiepositie kan versterken. Voorwaarde is daarbij dat goed wordt geluisterd naar hetgeen in andere landen wordt gevraagd. Maatschappelijke organisaties kunnen helpen om die vertaalslag te maken.
 
Duurzaamheid: of het nou gaat om energie-efficiënte desalinatie, efficiënt watergebruik in de landbouw, of ecologisch verantwoord baggeren: we moeten internationaal het verschil blijven maken om wereldleiders te zijn.
 
Business as usual is geen optie.